Met de vorming van het tweede kabinet Balkenende krijgt Nederland ook een nieuwe minister voor Verkeer en Waterstaat. De keuze lijkt te zijn gevallen op Karla Peijs (CDA), op dit moment nog lid van het Europees Parlement.

Drs. Karla Peijs is in 1944 in Tilburg geboren, bezocht het gymnasium Mater Dei in Nijmegen en studeerde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en de Vrije Universiteit Amsterdam. In de jaren tachtig was zij lid van Provinciale Staten van Utrecht voor het CDA en doceerde aan de Hogeschool Utrecht (sector economie).

In 1989 werd ze in het Europees Parlement gekozen. Als lid van de EVP-ED (Europese Volkspartij Christen-Democraten en Europese Democraten) vervulde ze drie termijnen. Ze was lid van de Commissie Regionaal beleid, Vervoer en Toerisme en was plaatsvervangend lid van de Commissie Economische en Monetaire Zaken. Een belangrijk onderdeel van haar werk was de belangenbehartiging van het Midden- en Kleinbedrijf op Europees niveau.

Karla Peijs als spreker tijdens de MAG-demorun '94 (foto MAG-archief)

MAG-voorzitter Wanda Dijkhorst en Karla Peijs in 2000 (foto MAG-archief)

Mario Aandewiel (toenmalig MAG-voorzitter) en Karla Peijs in 1993 (foto MAG-archief)

Karla Peijs is voor de Motorrijders Actie Groep (MAG) geen onbekende. Zij was bijvoorbeeld een van de sprekers tijdens de MAG-demorun op 16 april 1994, waar werd gedemonstreerd tegen de dreiging van motoronvriendelijke, bureaucratische regelgeving uit 'Brussel'. Toen de MAG in verband met de verkiezingen voor het Europees Parlement op 10 juni 1999 voor het Mag-a-zine een verkiezingsspecial wilde maken, was Karla Peijs dan ook direct bereid hieraan mee te werken. Zij schreef de onderstaande tekst, die werd gepubliceerd in Mag-a-zine 42 (mei 1999):

 

"Een grote pluim voor de MAG! Veelvuldig trekt de Motorrijders Actie Groep naar Brussel om hun wensen bij het Europees Parlement op tafel te leggen. Omdat, zo weet de MAG, in de Europese Unie belangrijke beslissingen genomen worden. Brussel krijgt steeds meer invloed op de besluitvorming, ook rond motoren en motorrijders, dus daar moet je wezen om invloed uit te oefenen. En dus toert de MAG regelmatig naar Brussel samen met hun Europese broeders. Reden te meer voor alle Nederlandse motorrijders om een zo motorvriendelijk mogelijk Europees Parlement in Brussel te hebben. Op 10 juni gaan de Nederlanders naar de stembus om hun eigen europarlementariër te kiezen. Het Europees Parlement is immers de enige democratisch gekozen volksvertegenwoordiging van alle inwoners van Europa. 626 europarlementariërs komen op voor de belangen van 375 miljoen Europeanen, 31 Nederlanders doen dat voor de 15 miljoen mensen uit ons kikkerlandje. Het Parlement komt ook op voor motorrijders. In Europa wordt niet alleen de stem van de producenten gehoord, maar ook die van de motorrijders zelf. Neem bijvoorbeeld de Europese richtlijn voor afgedankte voertuigen. De Europese Commissie wil dat alle motorvoertuigen aan het eind van hun loopbaan verplicht ingeleverd en gesloopt worden. Het doel van de richtlijn is om door inzameling de milieuschade te beperken. Voor motoren pakt deze wet ronduit slecht uit. Door de inzameling zullen de prijzen van tweedehands onderdelen flink stijgen, dus wordt het voor monteurs en ijverige hobbyisten die thuis veelvuldig sleutelen een prijzige aangelegenheid om onderdelen te bemachtigen. De Commissie heeft er echter niet bij stil gestaan dat motorrijders al op grote schaal onderdelen hergebruiken. Uit het verplicht inleveren van motorfietsen is dus weinig milieuwinst te halen. Schrap de motoren uit de richtlijn, luidt dan ook de boodschap van de motorrijders. En dat is in het Europees Parlement gelukt. Veel praten met veel europarlementariërs, met goede argumenten uiteraard, overtuigde hen ervan dat de richtlijn voor motoren het doel voorbijschiet. In een stemming in Straatsburg is dan ook een wijzigingsvoorstel aangenomen dat motoren eruit haalt. De amendementen zijn doorgestuurd naar de Europese Commissie, die de opdracht meekrijgt de richtlijn aan te passen."

"Het is maar één voorbeeld van de invloed die het Europees Parlement heeft gekregen in de loop van de jaren. Na het Verdrag van Amsterdam moeten het Parlement het met de Raad van Ministers eens worden anders gaat de wet niet door! Dat is goed nieuws voor motorrijders, want het Parlement heeft een warm hart voor de eerste uitstekend georganiseerde niet-professionele lobby die bij het Parlement aan de deur klopte. Nu al komt veertig procent van alle Nederlandse wetten rechtstreeks uit Brussel. Prettige wetgeving, die voor de motorrijder ook bijkomende voordelen heeft. Met een stem op het Europees Parlement zorgt u ervoor dat in Brussel uw stem goed te horen is. Stap dus op de motor op 10 juni, rijd een blokje om en ga naar het stemlokaal bij u in de buurt. Want als Europa steeds meer te zeggen heeft, zorgt u er natuurlijk voor dat u ook wat te zeggen hebt in Europa. Europa heeft uw stem ook nodig. Hoe meer mensen blijk geven van interesse in Europese eenwording, hoe sterker het Parlement in zijn schoenen staat. In zijn motorschoenen natuurlijk."

 

Karla Peijs heeft als lid van het Europees Parlement regelmaat gepubliceerd over verkeer en verkeersveiligheid.

Hiernaast vind je een greep uit die publicaties.

Veilig achter het stuur

gepubliceerd in Utrecht Present, 28 april 1998

De eerste echte is gebouwd in 1885, in Nederland rijden er bijna zeven miljoen rond en dat worden er steeds meer. De auto is nog steeds het meest populaire vervoersmiddel om mee op vakantie te gaan. Kijk maar als je op vakantie gaat: lange zomerse files rond Keulen en München, de files op de Périférique rond Parijs. Autorijden is echter tegelijk ook een van de gevaarlijkste manieren van vervoer. Jaarlijks worden 45.000 mensen in de Europese Unie het slachtoffer van een dodelijk auto-ongeluk. Nog eens twee miljoen mensen raken gewond. Nederland is een relatief veilig land, maar we betreuren toch nog 1163 verkeersdoden in 1997. In Griekenland bijvoorbeeld ligt dit cijfer vele malen hoger. Laten we het eens heel cru stellen en een vergelijking maken met de luchtvaart. 45.000 Europese verkeersdoden betekent het neerstorten van 3 volle jumbojets per week! Als dat zou gebeuren zou Leiden in last zijn! Maar zoveel verkeersdoden mogen we absoluut niet accepteren. Het ergste is dat het niet alleen snelheidsduivels en wegpiraten zelf zijn die hun gedrag met de dood moeten bekopen, maar ook onschuldige voetgangers en fietsers en wat rustiger weggebruikers. Daar moet wat aan gedaan worden, vindt het Europees Parlement. Het streven is het aantal verkeersdoden de komende vijftien jaar te halveren. Vorige maand kwam in Straatsburg in het Parlement daarom een verkeersveiligheidrapport aan de orde. Het Parlement stelt daarin een aantal maatregelen voor: De handtelefoon moet verbannen worden uit de auto. Eén hand aan het stuur en één aan de telefoon is te gevaarlijk. Ook de roosters die soms aan de bumper bevestigd worden, de zogenaamde bull bars, moeten verdwijnen. Die verwonden bij botsingen nu onverantwoordelijk veel fietsers en voetgangers. Auto's en motoren moeten ook overdag groot licht gaan voeren om beter zichtbaar te zijn, zoals nu in Zweden verplicht is. Alle lidstaten zouden elk jaar de balans moeten opmaken hoe veilig hun wegen zijn en waar het precies aan schort. En met meer dan twee biertjes op mag niemand in Europa meer autorijden. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, gaat nu aan de slag om deze plannen in wetgeving om te zetten. De Commissie is voorstander van maatregelen, maar wil zich vreemd genoeg niet vastleggen op een streven naar halvering van het aantal verkeersdoden. In landen waar het toegepast wordt (Groot-Brittannië, Scandinavië en Nederland) blijkt dat juist prima te werken. Als laatste zou in heel Europa eigenlijk dezelfde maximum snelheid moeten gelden. Niet meer dan dertig km/h rond scholen en in woonwijken, niet harder dan 120 km/h op de snelweg. Juist dit laatste is een groot probleem. In Duitsland geldt geen maximum snelheid. Het scheuren over de Autobahn is voor hen heilig. Duitse europarlementariërs en hun minister van verkeer zijn onmiddellijk op de barricaden gegaan. Zij proberen Europese wetgeving op alle mogelijk manieren te dwarsbomen. Wat we inmiddels - na zeven jaar discussie - wél voor elkaar hebben gekregen, is om straffen voor verkeersovertredingen in alle EU-landen te laten gelden. Dronken automobilisten of andere verkeersduivels kregen vroeger alleen in het (vakantie)land waarin ze de overtreding gepleegd hadden een straf opgelegd, bijvoorbeeld intrekking van hun rijbewijs. In andere landen of hun eigen land gold die intrekking dan niet en mochten ze vrolijk verder rijden. Nogal wrang voor de nabestaanden van hun slachtoffers. Dat is nu definitief voorbij. In geen enkel land is er meer plaats voor ernstige verkeersovertreders! Daar staat Europa voor: veiligheid voor alles!


Veilig Verkeer Europa

gepubliceerd in de VAR, huis-aan-huisblad van Vleuten-De Meern, februari 2002

Van alle vormen van vervoer kost het vervoer over de weg veruit de meeste levens. De prijs die Europeanen voor hun mobiliteit betalen is nog steeds onaanvaardbaar hoog. Zo zijn er sinds 1970 meer dan 1,64 miljoen medeburgers in het verkeer om het leven gekomen. Vorig jaar vielen er in de hele EU zo'n 40.000 slachtoffers per jaar en waren er meer dan 1,7 miljoen gewonden te betreuren. Tot in de jaren negentig kon de Europese Unie bij gebrek aan duidelijke bevoegdheden weinig doen aan de verkeersveiligheid. Toch probeert de EU, waar mogelijk, een bijdrage aan de verkeersveiligheid te leveren. Zo maakte de oprichting van de Interne Markt het mogelijk om door middel van technische normen de veiligheidsvoorzieningen van (vracht)auto's te verbeteren. Op die manier ontstonden bijvoorbeeld uniforme regels voor het verplicht dragen van veiligheidsgordels, voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van snelheidsbegrenzers door vrachtauto's, gestandaardiseerde rijbewijzen, verplichte rij- en rusttijden voor beroepschauffeurs en technische keuring van alle auto's. Zoveel doden en gewonden in het verkeer mogen we niet zonder meer accepteren. Dit is ook het standpunt van de EU die verkeersveiligheid tot een van de speerpunten van haar beleid heeft gemaakt. In het Witboek van de Europese Commissie, dat de plannen van de EU op het gebied van transport tot 2010 bevat, staat zelfs dat de EU vóór 2010 een halvering van het aantal dodelijke slachtoffers wil nastreven. Om de veiligheid van voetgangers en fietsers te vergroten, kunnen nieuwe veiligheidsnormen voor de voorkant van de auto jaarlijks vele dodelijke slachtoffers en gewonden voorkomen. De Europese Commissie bestudeert op dit moment de mogelijkheid om voetgangers en andere weggebruikers beter te beschermen tegen verwondingen ten gevolge van een aanrijding door een motorvoertuig. Er zijn twee mogelijkheden om dat te bereiken. Allereerst door een convenant met de auto-industrie. Zo’n vrijwillige verbintenis kan heel snel in werking treden en stelt een tijdschema vast om bepaalde tests en verbeteringen aan de voorkant van auto's door te voeren. Op de tweede plaats door wetgeving, die wellicht nog strenger kan zijn, maar die veel langer tijd in beslag neemt voor de wet in werking kan gaan, zeg 6 jaar. Deze richtlijn (Europese wet) zou moeten bepalen dat alle nieuwe modellen van auto's tegen het jaar 2008, vóór ze de markt op gaan vier verplichte tests hebben gehad die allen moeten leiden tot minder letsel bij het eventueel in aanraking komen met een voetganger. Geschat wordt dat indien één van deze twee mogelijkheden wordt doorgevoerd er 2000 doden en 18.000 zwaar gewonden minder zouden zijn in het Europese verkeer. En dat is heel erg de moeite waard: we willen ons per slot van rekening allemaal veilig kunnen voortbewegen.