Nieuwe vangrail getest

tekst & foto’s: Wim Taal

De Dienstkring Alkmaar van Rijkswaterstaat Noord-Holland heeft op woensdag 4 september 2002 op het RDW Testcentrum in Lelystad een botsproef uit laten voeren met een nieuwe, houten geleiderailconstructie. Een autobus kwam roemrijk aan zijn einde...

Waarom een geleiderail van hout en waarom deze test? Ferry Balk, Medewerker Civieltechnisch Onderhoud & Verbetering: "Een houten geleiderail past in het overheidsstreven om twintig procent meer hout in de bouw toe te passen. De houten geleiderail moet uiteindelijk voldoen aan een groot aantal eisen en criteria. Een van de belangrijkste eisen is het zogenoemde H2-niveau. Dit betekent dat de geleiderail een personenauto van 900 kg moeten kunnen keren die met 100 km/u onder een hoek van 20 graden tegen de rail rijdt. Ook moet de rail een autobus van 13.000 kg kunnen keren met een snelheid van 70 km/u, eveneens onder dezelfde hoek." Juist de ontwikkeling van een nieuw syteem biedt de kans om ook rekening te houden met motorrijders; reden voor de ontwikkelaars om KNMV en MAG bij de test uit te nodigen en de houten rail kritisch te bekijken. De rail bestaat uit staanders met daarop aan weerszijden een topligger. Aan wegzijde van de rail is een ligger aangebracht op gebogen dragers. Deze ligger heeft als doel de botsingsenergie te absorberen. Een voertuig dat op een volkomen stijve constructie botst, zal namelijk met dezelfde snelheid worden teruggekaatst op de weg en mogelijk in aanraking komen met het overige verkeer.

Ongevallen

Om de test uit te voeren werd de autobus door een sleepauto op snelheid gebracht en vervolgens onder de gewenste hoek losgelaten en op de rail afgestuurd. De test met de autobus was indrukwekkend (de autobus werd gekeerd; een prestatie waar veel metalen vangrails niet aan kunnen tippen) en heeft een goed beeld gegeven van de capaciteiten van de geleiderail, maar je zult begrijpen dat wij vooral naar de rail hebben gekeken door een ‘motorrijdersbril’, want de MAG is van mening dat de veiligheid van motorrijders bij de ontwikkeling van wegmeubilair net zo belangrijk is als de veiligheid van automobilisten en overige weggebruikers. Uit bij ons bekende informatie over ongevallen waarbij de motorrijder in aanraking komt met de geleiderail, blijkt dat in de meeste gevallen de motorrijder niet direct tegen de geleiderail rijdt, maar dat de motorrijder (door welke oorzaak ook) onderuit gaat, waarna het ongeval zich eigenlijk in twee ongevallen splitst. De motorfiets glijdt onafhankelijk van de berijder door op het wegdek en schuift tegen of onder de geleiderail. De motorrijder zelf glijdt ook onafhankelijk over het wegdek en loopt een aanzienlijk risico om - bij gebrek aan een geleidesysteem op ‘maaiveldhoogte’ - te worden gestopt door een staander van de geleiderail. Dit contact met de staander resulteert in veel gevallen tot zeer ernstige verwondingen of zelfs tot de dood.

 

Verbeteringen

In vergelijking met de bekende metalen geleiderail is ons vooral de onderlinge afstand tussen de staanders in positieve zin opgevallen. Wij zijn er echter nog niet van overtuigd dat de kleinere onderlinge afstand van de staanders zal voorkomen dat een motorrijder wordt ‘gegrepen’ door de staanders. Wij hebben er bij de ontwikkelaars dan ook nadrukkelijk op aangedrongen om bij de verdere ontwikkeling ook op geringe hoogte van het maaiveld een voorziening aan te brengen, met als specifiek doel het ‘geleiden’ van de motorrijder. Wij hebben ook geadviseerd testen uit te voeren waarbij duidelijk wordt wat de gevolgen zijn voor de veiligheid van de motorrijder. Het feit dat wij als motorrijdersorganisatie worden gehoord bij de ontwikkeling en verbetering van geleiderails is toe te juichen en toont aan dat de overheid langzaam maar zeker ook de veiligheid van motorrijders serieus gaat nemen. Of dit uiteindelijk uitmondt in de daadwerkelijke plaatsing van motorrijdersvriendelijke vangrails?